Flanel oogt als een eenvoudig doek. Zacht, mat, kleurrijk. Juist daardoor wordt vaak vergeten hoeveel techniek en keuzes er schuilgaan achter die ene rol stof. Wie begrijpt hoe flanel wordt gemaakt, begrijpt ook waarom kwaliteit, gewicht en gedrag zo verschillen tussen ogenschijnlijk vergelijkbare producten.
Dit is het proces, stap voor stap.
Van katoen naar vezel
Alles begint bij katoen. Flanel voor professioneel gebruik wordt vrijwel altijd gemaakt van katoenvezels, gekozen op lengte en zuiverheid.
Lange vezels zorgen voor:
– minder pluis
– een gelijkmatiger oppervlak
– betere duurzaamheid bij hergebruik
Na de oogst wordt de katoen gereinigd en gekamd. Onzuiverheden verdwijnen, vezels worden uitgelijnd. Wat overblijft is geen “watten”, maar een gecontroleerde grondstof.
Spinnen: van vezel naar garen
De katoenvezels worden gesponnen tot garen. Dit is een cruciale stap, want hier wordt de basis gelegd voor sterkte en dichtheid.
Belangrijke keuzes:
– dikte van het garen
– spanning tijdens het spinnen
– mate van twist
Meer twist geeft sterkte, minder twist geeft zachtheid. Flanel zit precies in dat spanningsveld. Te los en het pluist, te strak en het verliest zijn absorberende, matte karakter.
Weven: structuur boven alles
Het gesponnen garen wordt geweven tot doek. Meestal in een eenvoudige binding, maar met een hoge dichtheid.
Hier ontstaan eigenschappen als:
– lichtabsorptie
– scheurvastheid
– hoe “open” of “gesloten” het doek aanvoelt
Het gewicht (bijvoorbeeld 160 of 200 g/m²) wordt hier al grotendeels bepaald. Niet door dikte alleen, maar door hoeveel garen per vierkante meter wordt gebruikt.
Ruwen: het zachte karakter van flanel
Na het weven wordt het doek geruwd. Met roterende borstels worden kleine vezeltjes omhoog gehaald.
Dit zorgt voor:
– het zachte oppervlak
– extra lichtdemping
– betere akoestische absorptie
Te veel ruwen maakt het doek kwetsbaar. Te weinig ruwen maakt het hard en glanzend. Ook hier is balans alles.
Verven: kleur is chemie én optiek
Flanel wordt meestal als geweven stuk geverfd: het doek gaat als geheel het verfbad in.
Bij professionele flanel draait het om:
– kleurechtheid
– gelijkmatigheid
– voorspelbaar gedrag onder licht
Zwart is berucht. Twee zwarte flanels kunnen onder daglicht identiek lijken en onder LED compleet verschillen. Dat verschil ontstaat hier, in de combinatie van pigment, vezel en ruwingsgraad.
Brandwerend maken: noodzakelijk, maar niet vanzelfsprekend
Voor gebruik in evenementen en podia moet flanel brandvertragend zijn. Dat gebeurt meestal via een nabehandeling.
Belangrijk om te weten:
– brandwerend ≠ brandvrij
– behandeling is uitwasbaar
– het beïnvloedt stijfheid en levensduur
Een goede behandeling vertraagt vlamverspreiding. Een slechte behandeling voel je meteen: stug, glanzend, minder absorberend.
Drogen, controleren en snijden
Na alle behandelingen wordt het doek gedroogd, gecontroleerd op kleur en gewicht, en op lengte gesneden.
Hier wordt beslist:
– rol of baal
– 30 of 60 meter
– verpakkingsvorm
Kleine afwijkingen worden hier zichtbaar. Goede fabrieken halen die eruit vóór het verpakken.
Verpakken: de laatste technische stap
Verpakken lijkt triviaal, maar bepaalt hoe flanel aankomt op locatie.
Professionele verpakking betekent:
– strak opgerold
– beschermd tegen vocht
– minimale vervorming






